Wanneer je door het Nederlandse of Belgische polderlandschap rijdt, is de horizon van vroeger nauwelijks meer te herkennen. Waar voorheen historische kerktorens, authentieke molens of gewoon een open lucht de grens tussen hemel en aarde vormden, domineren nu honderden meters hoge stalen reuzen het zicht. Windenergie wordt gepresenteerd als een schone noodzaak, maar over één ingrijpende bijwerking wordt vaak makkelijk opstappen: de grootschalige industrialisatie van onze schaarse open ruimte.
De schaal van moderne turbines
Het idee van de 'schattige traditionele windmolen' is al lang achterhaald. De nieuwste generatie landturbines bereikt tiphoogtes van 200 tot wel 250 meter. Ter vergelijking: dat is ruim twee keer zo hoog als de Utrechtse Domtoren.
Wanneer zulke giganten in een kleinschalig of open cultuurlandschap worden geplaatst, verandert dat de verhoudingen volledig. Het landschap verliest zijn oorspronkelijke karakter en schaalgevoel.










